Deze taart was het pronkstuk van onze paasbrunch. De combinatie van de zoete banaan en de citroen maakt hem heel speciaal.

  • 1 banaan
  • 1 citroen
  • 125 gram amandelmeel
  • 50 gram fructose
  • 3 eiwitten
  • 10 gram maïzena
  • 75 gram soyaboter (gesmolten)
  • 1 eetlepel amandelschaafsel
  • 2 eetlepels vierkorenmeel (van Wertz)
  • taartvorm van 20 cm (liefst een stenen, dan kun je hem hier ook in serveren)
  1. verwarm de oven voor op 180 graden
  2. rasp de citroen en pers hem uit
  3. snij de banaan in plakjes en beruppel ze met het citroensap
  4. doe het amandelmeel, de fructose en de citroenrasp in een kom
  5. klop de eiwitten er stuk voor stuk doorheen
  6. voeg de maïzena toe
  7. voeg al roerende de boter in een straaltje toe
  8. klop alles nog even door
  9. voeg als laatste het vierkorenmeel toe zodat er een dik beslag ontstaat (valt in klonten van een lepel)
  10. vet de vorm in
  11. doe het beslag in de vorm
  12. verdeel de plakjes banaan in ringen over het beslag
  13. strooi het amandelschaafsel erover
  14. bak de taart in 25-30 minuten gaar
  15. laat de taart in de vorm afkoelen

Onze paasbrunch kreeg een extra dimensie met deze paasscones. Maar ik wist metteen toen ik ze proefde dat deze zo lekker zijn, dat ze echt niet enkel met Pasen gemaakt gaan worden!

ca. 12 stuks

  • 50 gram rozijnen
  • 200 gram vierkorenmeel (van Wertz)
  • 4 theelepels wijnsteenbakpoeder
  • 1 eetlepel fructose
  • snufje zout
  • 50 gram boter (b.v. soyaboter van Provamel)
  • 125 ml soyamelk
  • 3 eetlepels amandelmeel (= fijngehakte amandelen)
  • 1 theelepel geraspte citroenschil
  • 1 ei
  1. verwarm de oven voor op 225 graden
  2. bekleed de bakplaat met bakpapier
  3. meng het meel met het bakpoeder, de fructose en het zout
  4. voeg de boter toe en meng dit tot een kruimelig deeg
  5. voeg de soyamelk, de rozijnen, het amandelmeel en de citroenrasp toe
  6. meng dit tot een samenhangend deeg (het is handig om dit eerst met een lepel te mengen en pas later te kneden als het iets minder plakt.)
  7. maak hier 12 hompjes van op de bakplaat
  8. bestrijk deze met het losgeklopte ei
  9. bak de scones in ca. 10 minuten gaar
  10. serveer de scones lauwwarm, met lekkere jam, slagroom  (soya)boter.

Heerlijk bij de Paasscones!

  • 1 sinaasappel (schoongeboend)
  • 1 limoen (schoongeboend)
  • 50 gram gedroogde abrikozen
  • 1 zakje marmello zonder suiker
  • 35 gram fructose
  • 150 ml water
  • schoon potje om jam in te bewaren
  1. kook de gedroogde abrikozen in het water (ca. 15 minuten)
  2. rasp de schil van de sinaasappel en de limoen
  3. voeg de sinaasappel- en limoenrasp bij het abrikozenmengsel
  4. pers de sinaasappel en voeg het sap ook toe
  5. voeg de fructose en de marmello ook toe
  6. kook alles nog 10 minuutjes
  7. pureer het mensel met b.v. een staafmixer
  8. giet de hete jam in het potje en laat deze afkoelen voor gebruik (dan stijft het op)
  9. de jam is 1 à 2 wekwn huidbaar in de koelkast

Doortjes favoriet is hamprei-salade. Het recept is oorspronkelijk van oma Riet, maar na zo vaak het gemaakt te hebben mag het op deze pagina onder haar naam.

  • 1 grote prei (of 2 kleintjes)
  • 2 ons biologische ham (b.v. van AH)
  • 4 flinke eetlepels mayonaise
  1. snij de prei over de lengte en was deze goed. (Vooral biologische prei lijkt moeilijk afstand van zijn grond te kunnen doen…)
  2. snij de prei nu heel fijn. (Dit kan met de hand, maar de keukenmachine, uienhak-accesoire van de staafmixer of tupperware is het makkelijkste.)
  3. snij de ham ook heel fijn.
  4. Voeg de fijngesneden ham en prei samen en meng dit met de mayonaise.
  5. Laat het mengsel minimaal een half uur intrekken. (De tweede dag is deze het lekkerste, maar bij ons overleeft de hamprei salade het nooit zolang)

Voor de paasbrunch hadden we een extra grote schaal gemaakt. Ik dacht dat er dan vast nog een beetje over zou blijven voor Mickel die de volgende dag pas weer thuis zou komen. Helaas had ik buiten Cockie en Doortje gerekend. De schaal stond tussen hun in (inschattingsfoutje) en was na de brunch keurig schoongelikt. Pech voor papa.

Jojanneke is dol op kaaseitjes. Met haar negen jaren is ze ook al heel handig in het maken van kaaseitjes. Met engelengeduld weet ze de achtien eieren voor de paasbrunch te pellen. Bijzonder verse eieren helaas, want het is een heel gevecht om ze heel uit de schil te krijgen.

Recept voor 12 gevulde eieren:

  • 6 eieren (wij nemen altijd biologische, maar dat hoeft geen betoog.)
  • 2 theelepels hete kerrie
  • 1 theelepel paprikapoeder (pittig of mild naar smaak)
  • 1 theelepel zout naar smaak eventueel
  • 150 gram geraspte oude kaas
  • 4 flinke eetlepels mayonaise
  • 2 eetlepels ketchup
  • scherp mesje
  • vork
  • eetlepel en theelepel
  • kom om eigeel te mengen
  • een eierbordje is leuk om ze te serveren, maar een gewoon bord kan ook.
  • spuitzak indien ze heel mooi moeten zijn. (voor een iets rommelig effect is een vork prima)
  1. Kook de eieren hard en laat ze iets afkoelen.
  2. Pel ze en halveer ze overdwars.
  3. Wip het eigeel eruit in de kom en leg de eiwithalfjes op het eierbord.
  4. Prak het eigeel fijn.
  5. Voeg de kruiden, de kaas, ketchup en mayonaise toe en vermeng het tot een smeuïge massa.
  6. Proef het eigeelmengsel. Voeg indien nodig zout toe, extra kruiden of mayonaise.
  7. Vul met de spuitzak of met een vork de eiwithalfjes met het eigeelmengsel.
  8. Geniet van de lekkerste kaas-eitjes die bestaan.

Het lijkt wel tijdschriftgeluk, lach ik naar Tonja. We staan met z’n vieren in de oud Hollandse keuken met de muren van delftsblauwe tegeltjes. Tonja, de twee klein dochters, Jojanneke en Dorelijn en ik. Theo zit aan de keukentafel en geniet van al het gedoe. ‘t Ruikt lekker meisjes, zegt hij, maar ik ga naar mijn eigen kamer. Jojanneke, die hem in de loop van de kookpartij vast een gevuld eitje wil laten proeven, meldt dat hij slaapt. Dat is goed,  zeg ik. Slapen is goed. Het was een chemoweekje voor opa. We knikken alle vier en weten wat dat betekent. Onze handen vinden de messen, fijnsnijders, mixers en beslagkommen met een aangeboren gemak. Van de kleinste tot de oudste weten wie wat doet en wanneer. Koken doe je samen en samen koken is geluk.

receptuur:

kaaseitjes van Jojanneke

Ham-preisalade van Dorelein

Scones met eigengemaakte abrikozen jam van Tonja

Paasbrood glutenvrij

visschotel

gekookte eitjes

glutenvrije Paastaart van banaan en amandelmeel met soja slagroom

Het was een gezegend paasfeest

We komen aan het einde van de middag bij jullie en de meisjes willen graag de garnalen opeten, de stem van Tonja klinkt jong en blij. Wat heerlijk, reageer ik, wat heerlijk. Ik laat in het midden wat er heerlijk is.  De garnalen liggen diepgevroren in de vrieskast te wachten op deze gelegenheid. De zak is voor ons tweeën te groot, daar eten we vijf dagen van. Wat moet ik in huis halen? vraag ik aan Tonja. Hoe wil je ze eten? vraagt ze.  Ze eten? Mijn antwoord is vol vraagtekens. Nou, zegt Tonja, met knoflook en brood of met rijst en kerrie en veel groententjes. Het laatste maar, zeg ik, dat lijkt me lekkerder. Dat lijkt me veel lekkerder.

Als ik sperciebonensalade maak moet ik altijd aan Mignette denken toen ze zwanger was. Zwanger van Aaron (toen nog gewoon Bonk genaamd) at ze het liefste drie keer per dag spreciebonen. We waren op vakantie in de Toscane en ik heb nog nooit zoveel sperciebonen klaargemaakt.

  •  pond sperciebonen
  • blokjes spek
  • 2 uien, fijngesneden
  • 1 pakje boursin
  • scheutje rode wijn
  • olie om in te bakken

Kook de sperciebonen beetgaar en laat ze afkoelen. Bak de spekjes met de uien in de olie. afblussen met een beetje rode wijn. Voeg de boursin toe en roer totdat deze vloeibaar is geworden. Giet de saus over de sperciebonen en roer dit voorzichtig door elkaar. Heerlijk op warme zomeravonden bij de barbeque.

Toen we net glutenvrij moesten eten, was er al gelijk een grote antipathie tegen glutenvrij brood in de broodtrommel. Glutenvrij brood kruimelt enorm en tegen de tijd dat mijn meisjes bij de lunch hun trommeltje openden was er een onherkenbare kruimelbrij ontstaan met wat beleg erdoor. Niet lekker en niet leuk. Vooral niet als klasgenootjes dan keken en zeiden dat ze het er vies uit vonden zien. Toen hebben we de glutenvrije pannenkoekjes ontdekt. Het overblijven werd een feestje. Pannenkoeken zijn lekkerder en met een jaloerse blik van de mede overblijvers lijkt het nog lekkerder  te smaken. Bijkomend voordeel is dat er ’s morgens nog wel eens eentje over is. Zo vind u in huize Bos op overblijfdagen na het ontbijt een heel wiskundig dilemma hoe die pannenkoek het beste verdeeld kan worden. En na het delen begint het smullen. De een met hagelslag, de ander met pindakaas of met fijngesneden olijven.

Hier de benodigde ingrediënten:

750 ml water
2 eieren
eetlepel soyalecitine (voor meer samenhang)
4 eetlepels (met grote kop) 4 korn mehl van Werz
3 eetlepels (met grote kop) boekweitmehl van Werz
3 eetlepels (met grote kop) rijstemeel van Joannusmolen
scheutje olie

Benodigd gereedschap:

blender
koekenpan met anti-aanbaklaag
grote (plastic) spatel
eetlepel
bord

Bereidingswijze:

Doe het water, de eieren en de soyalecitine in de blender en mix het door elkaar.

Voeg het meel toe en mix het door.

Laat de pan goed heet worden en doe dan een scheutje olie in de pan. Roer het beslag altijd voor het bakken van iedere pannenkoek nogmaals door. (Het rijstemeel is iets zwaarder en heeft de neiging om te bezinken) Giet wat beslag in de pan en draai de pan zachtjes naar alle kanten schuin zodat er een mooie, dunne pannenkoek ontstaat. Laat deze rustig bakken totdat de randjes omhoog krullen. Dan kun je deze voorzichtig met de spatel keren. Als de tweede zijde ook mooi bruin is kun je met behulp van de spatel de pannenkoek op het bord schuiven. Er hoeft geen nieuwe olie in de pan voor de volgende bakronde. De latere pannenkoeken worden vaak mooier omdat de pan dan goed warm is. Als het beslag te dik wordt kun je tussentijds een klein scheutje water toe voegen.

De pannenkoeken zijn warm het lekkerste, maar koud ook heel lekker.

Smakelijk eten!

Als het helemaal moeilijk is, zei mijn moeder altijd, dan moet je eerst eens lekker eten. Lekker eten was bijvoorbeeld rode bieten met aardappelen en een kaasjustje.  Justjes heten tegenwoordig sausjes maar ze smaken er niet minder om.

1 kg aardappelen kruimig

750 gram gekookte rode bieten

halve liter witte wijn

flinke scheut sojaroomsaus

allesbinder

2 ons kaas liefst belegen hollans en een klein stukje blauw ader

De aardappels en groente bereiden op de gewone wijze. De wijn met de soja roomsaus warm laten worden met de kaas erin in stukjes. Matig vuurtje, neem de tijd. Als de kaas gesmolten is en de saus goed warm, kun je de saus binden met allesbinder of een maïzenapapje. Eventueel wat zwarte peper toevoegen voor de smaak.

Heel soms kregen wij er een gekookt eitje bij. Het gaf troost.

Volgende Pagina »