We komen aan het einde van de middag bij jullie en de meisjes willen graag de garnalen opeten, de stem van Tonja klinkt jong en blij. Wat heerlijk, reageer ik, wat heerlijk. Ik laat in het midden wat er heerlijk is. De garnalen liggen diepgevroren in de vrieskast te wachten op deze gelegenheid. De zak is voor ons tweeën te groot, daar eten we vijf dagen van. Wat moet ik in huis halen? vraag ik aan Tonja. Hoe wil je ze eten? vraagt ze. Ze eten? Mijn antwoord is vol vraagtekens. Nou, zegt Tonja, met knoflook en brood of met rijst en kerrie en veel groententjes. Het laatste maar, zeg ik, dat lijkt me lekkerder. Dat lijkt me veel lekkerder.
12 maart 2008